Essay: Feminisme en de hoofddoek

We leven in een moderne samenleving waarin veel maatschappelijke veranderingen plaatsvinden. Eén van deze veranderingen is de opkomst van emancipatiebewegingen. Feminisme is een emancipatiebeweging die in onze samenleving sterk vertegenwoordigd wordt. Feminisme en religie hebben daarbij voor velen een ambivalente relatie. Er wordt vaak beweerd dat vrouwen geen feminist kunnen zijn binnen het geloof. En vooral wanneer ze een hoofddoek zouden dragen. Veel feministen zijn dan ook anti-religieus of willen de Islam hervormen. Anderen geven aan dat feminisme juist niet losgekoppeld kan worden van de Islam. Anderen zijn weer van mening dat de Islam een gebrek aan vrouwenrechten bezit. Het feminisme zou verplicht zijn deze islamitische vrouwen te redden van het geloof. Deze vrouwen zouden namelijk onderdrukt worden. Wat ik belangrijk vind is dat er gelukkig vooral veel vrouwen zijn die er zelf voor kiezen om religie een element te laten zijn van hun leven. Hiervoor moeten ze echter wel dezelfde mogelijkheden voor krijgen.

Mijn stelling voor deze paper is dan ook: Je kan (moslim)feministe zijn én een hoofddoek dragen.

Ik heb deze stelling gekozen, omdat ik veel waarde hecht aan wat feminisme in de kern inhoudt. Namelijk: het opkomen voor de vrijheid en gelijke rechten van de vrouwen. Daarbij ben ik geïntrigeerd door de Islam. Ik heb veel islamitische mensen in mijn vriendenkring waardoor ik steeds meer leer over de religie. Daarbij heb ik er vooral ook veel gesprekken over. De ambivalentie van feminisme en religie vind ik daarom ook erg interessant om verder uit te zoeken. Ik ben zelf van mening dat een hoofddoek niet voor onderdrukking staat en dat men iemand met een hoofddoek niet beperkend moeten behandelen. Daarbij vind ik dat feminisme betekent voor alle vrouwen op te willen komen. Daarom zou een moslimfeministe hiervan niet uitgesloten mogen worden, en zeker niet omdat zij een hoofddoek zou dragen.

In dit essay zal ik ingaan op de ambivalentie van het feminisme in combinatie met het geloof binnen de Islam. De hoofddoek belichaamt het geloof en ik zal beargumenteren waarom het mogelijk is om moslimfeministe met een hoofddoek te zijn. Voor de argumentatie gebruik ik verhalen en meningen van feministen, deskundigen en moslima’s. Er wordt gesproken over gelijkheid vanuit de Koran en over feministische voorbeelden. Tegen deze stelling wordt gewezen op de onderdrukking binnen het geloof. Men meent dat de hoofddoek hier het symbool voor is. Dit argument zal snel weerlegt worden door uitleg over de visie en redenen van vele moslima’s om een hoofddoek te dragen. Met behulp van godsdienstsociologische theorieën en belangrijke begrippen en onderwerpen binnen de sociologie zal ik mijn stelling verduidelijken en bekrachtigen. Tot slot wordt bij de conclusie dit onderwerp in een breder kader geplaatst.

Feminisme en geloof

Vrouwen kunnen moslimfeministen zijn én een hoofddoek dragen, omdat het ene het andere niet hoeft uit te sluiten. Feministen kunnen opkomen voor de vrouwenrechten en gelijkheid, en daarbij kunnen zij hun geloof belichamen en dit geloof uitdragen onder andere door het dragen van een hoofddoek.

Voor de Turks-Duitse Seyran Ateş gaan ondanks het standpunt van enkelen dat de islam vrouwonvriendelijk zou zijn, geloof en feminisme samen. Ze geeft aan misschien wel feminist te zijn omdat ze moslim is. Ateş is naast stichter van de eerste moskee in Duitsland waar vrouwen het gebed begeleiden, ook activist. Haar grootste inspiratiebron is de echtgenote van de profeet Mohammed, Khadija. Ateş vertelt dat Khadija een welvarende zakenvrouw was. “Zij liet zich niet beperken door de sterk patriarchale samenleving waarin ze leefde, de route van haar handelskaravanen strekte zich uit van Syrië tot Jemen” (Bouchallikht, 2018).

Nawal Mustafa laat zich eveneens inspireren door islamitische vrouwen. Een van hen is Aicha. “Zij was een autoriteit op religieus gebied, zwaargewicht in islamitisch recht en een van de echtgenotes van de profeet Mohammed” (Bouchallikht, 2018). Mustafa argumenteert dat feminisme en geloof samen gaan, omdat na de dood de beoordeling van daden voor beide geslachten gelijk is. Dat is voor haar de optimale indicatie dat er gelijkheid is. “De Islam inspireert me als feminist, en feminisme biedt me de taal en ruimte om over islamofobie te praten” (Bouchallikht, 2018).

Ook Berna Toprak vertelt dat religie haar feminisme inspireert. In het artikel van Bouchallikht (2018) vertelt ze dat de islam rechtvaardigheid beklemtoont voor zowel mannen als vrouwen. “Vooral als je kijkt naar hoe de islam 1400 jaar geleden vorm kreeg: vrouwen kregen meer rechten, ze mochten bijvoorbeeld in tegenstelling tot wat gebruikelijk was scheiden van hun partner” (Bouchallikht, 2018). Toprak is van mening dat de Islam tegenwoordig vaak verklaart wordt vanuit een mannelijk invalshoek. Als voorbeeld noemt ze Khadija: “Zij wordt vaak beschreven vanuit haar zorgzaamheid en hoe goed het was van de profeet dat hij met een oudere vrouw trouwde” (Bouchallikht, 2018). Toprak vertelt uitgaande van het vrouwelijke gezichtspunt dat Khadija ook een vermogende en onafhankelijke vrouw was. Ze besloot zelf om met een vernieuwende man te trouwen. Toprak vindt dat vrouwen er zelf voor mogen kiezen om religie een element te laten zijn van hun levenswijze. Daar hoort bij dat zij daarvoor over dezelfde gelegenheid beschikken (Bouchallikht, 2018). Als vergelijking verwijst ze naar de #MeToo-beweging. Hieruit is evident gebleken hoe afwijzend de arbeidsmarkt voor vrouwen kan zijn. Toprak zegt dat we hier geen ruimte laten ontstaan. We strijden zodat de cultuur aangepakt wordt en de gendergelijkheid kan groeien. “Terwijl als het om religie gaat, andere conclusies worden getrokken” (Bouchallikht, 2018).

Arabist en politicoloog Arthemis Imaan Snijders argumenteert dat de Islam zich fundeert op complete gelijkheid. “Dit vinden we ook terug in de Koran. Een hogere rang bij God krijg je alleen door vroom te zijn, je gender, huidskleur en sociaaleconomische status zijn irrelevant. In het hiernamaals worden alle zielen gelijk behandeld” (Bouchallikht, 2018). Het volk ziet deze gelijkheid niet, zowel binnen de islam als de buitenstaanders. Toch gelooft Snijders dat het als feministen nodig is om deze grondbeginselen te verspreiden. 2 Onderdrukking Als tegenargument wordt vrijwel altijd gewezen op de onderdrukking binnen de Islam. Velen zijn er van overtuigd dat de vrouw binnen de Islam onderdrukt wordt, en dat moslimvrouwen daarom geen feminist kunnen zijn. De hoofddoek zou dan symbool staan voor deze onderdrukking. Men is dan ook van mening dat de geëmancipeerde vrouw geen hoofddoek zal dragen.

De Belgisch-Iraanse mensenrechtenactiviste Darya Safai schreef een artikel over het dragen van een hoofddoek. Safai (2018) beweert in haar artikel dat de hoofddoek vrouwonvriendelijk, discriminerend en zelfs een vorm van kindermishandeling zou zijn. Ze schrijft dat de hoofddoek geen onschuldige uitdrukking is van een religieuze identiteit. “Kinderen luisteren naar hun ouders en onderwerpen zich gewillig aan de ‘gewenningstraining’ met de hoofddoek” (Safai, 2018). Hierdoor worden pubers makkelijker een deel van hun identiteit, samen met de onderdrukkende waarden die aan de hoofddoek hangen. Safai (2018) vertelt dat “het lijkt alsof ze er zelf voor kiezen, en velen zijn daar van overtuigd, terwijl de hoofddoek net het ultieme symbool is van hun gehoorzaamheid en onderwerping aan de man, niet alleen de vader maar ook de broers en de toekomstige echtgenoot”. Je wordt dan ook verstoten als je hier tegenin gaat, met als gevolg psychische en sociale problemen (Safai, 2018).

Zelfs binnen de feministische groeperingen bestaan er feministen die de hoofddoek als oppressie beschouwen. Een van hen is feminist Vibeke Manniche. Zij vecht tegen onderdrukking van religieuze vrouwen. Manniche meent dat de hoofddoek onderdrukking verkondigt. “De hoofddoek draagt op agressieve wijze uit dat vrouwen minderwaardig zijn” (Belahnichi & Roerdink, 2019).

Begin maart ontstond er veel ophef over de autobiografie Ik ga leven van Lale Gül. Ze legde hiermee een aantijging vast jegens haar orthodox-islamitische kindertijd. Gül omschrijft hoe ze in Oud-West opgroeide binnen een strikt islamitisch gezin (Beek, 2021). Haar boek geeft het idee weer dat de buitenwereld heeft over de oppressie van vrouwen binnen de Islam, inclusief het dragen van een hoofddoek. Haar boek maakt veel los in de samenleving, maar vooral ook bij haar familie en binnen de islamitische gemeenschap. Gül deelt in een interview (Beek, 2021) dat ze geen familie meer heeft, aangezien iedereen zich van haar afgewend heeft.

Een argument dat deze onderdrukking volgens veel mensen weergeeft zijn de voorschriften binnen de Islam, beschreven in de Koran. We zien dat de plicht van de hoofddoek in de Koran staat. Sommige mensen gaan verder en menen dat de onderdrukking daarom fundamenteel is binnen de Koran. Een artikel in de Trouw gaat in op de verplichting om een hoofddoek te dragen. De verplichting is gefundeerd op de verzen 31 en 59 in soera ‘an-Noer’ en soera ‘al-Ahzaab’. In soera an-Noer (24:31) staat: “En zeg tegen de gelovige vrouwen dat zij hun blikken moeten neerslaan en over hun kuisheid moeten waken, en hun schoonheid niet onthullen, behalve datgene wat daar zichtbaar van is”. Hier wordt de vrouw opdracht gegeven haar aantrekkelijkheden te verbergen (Jneid, 2005). Verder zegt Allah in hetzelfde soera (24:31): “En laat hen hun sluiers over hun kraagopening heen slaan en niets van hun schoonheid onthullen.” Hier wordt de vrouw bevolen om de sluier over haar boezems te doen, opdat haar hals verborgen blijft (Jneid, 2005). In Soerah al-Ahzaab (33:59) zegt Allah: “O Profeet, zeg tegen jouw echtgenotes en jouw dochters en de echtgenotes van de gelovigen dat zij hun djilbabs over zich heen dienen te laten hangen”.

De hoofddoek

Het argument van onderdrukking wordt weerlegt door te wijzen op de redenen van moslima’s om een hoofddoek te dragen. Deze redenen hebben veelal niks te maken met moeten, tegenzin of onderdrukking.

Islamoloog Nora Asrami omschrijft de culturele en de religieuze beweegredenen om een hoofddoek te dragen. Het om hebben van een hoofddoek wordt gedaan omdat ze wensen deel uit te maken van de familie of de gemeenschap, of dat het van hen verwacht wordt op een vastgesteld moment. Dit zijn de culturele beweegreden. Asrami meldt dat de culturele hoofddoekdragers bij buitenstaanders weleens verbijstering veroorzaken. “Hippe sneakers, strakke kleding en een hoofddoek. Dat lijken tegenstrijdigheden, maar voor hen gaat het goed samen. Ze combineren de westerse cultuur en hun geloof op hun eigen manier” (Jansen, 2020). Over de religieuze beweegredenen vertelt Asrami dat aanzienlijk veel jeugd zich oorspronkelijk pas in de puberteit verdiept in de Islam. “Ze kunnen dan tot de conclusie komen dat de hoofddoek bij hun geloof hoort. Deze groep vrouwen kleedt zich vaak minder opvallend dan geloofsgenoten die om culturele redenen een hoofddoek dragen” (Jansen, 2020). Asrami reikt eveneens verschillende oorzaken aan voor de stijging van de hoeveelheid jonge hoofddoekdragers. Moslimjongeren doen namelijk steeds meer kennis op van hun religieuze identiteit, de samenleving en het islamdebat. “De hoofddoek is vaak een uiting van een soort geuzenidentiteit” (Jansen, 2020).

Moslima’s geven bij de nieuws- en opiniewebsite de Kanttekening (2020) verschillende argumenten voor hun motivatie om een hoofddoek te dragen. Een van de drijfveren is dat ze hierdoor voortdurend op hun islamitische persoonlijkheid gericht zijn. Bovendien herinnert het aan God. Evenzo staat het voor hen onder andere voor bescheidenheid, rust en vriendelijkheid. Daar komt bij dat de hoofddoek waarde en respect schenkt aan de vrouw. Zodoende vraagt het van anderen om haar ook dusdanig te behandelen (Jansen, 2020).

Nawal Mustafa reageert op de zogenaamde tegenstelling tussen feminisme en islam en op het argument dat vrouwen met een hoofddoek onderdrukt zijn. Mustafa zegt dat er gekeken moet worden naar de tegenstellingen en hoe deze tegengegaan kunnen worden, in plaats van te spreken over de hoofddoek (Bouchallikht, 2018). Op het argument dat de hoofddoek verplicht is in de Koran, reageert Asrami nuchter. Ze verzekert dat het grootste gedeelte van de theologen meent dat een hoofddoek behoort tot de bescheidenheid, een cruciale deugd van de islam. Ze wijst daarom ook op de kledingregels voor mannen, zoals een broek waarbij de enkels zichtbaar zijn of een baard. “Theologisch gezien is de hoofddoek onderdeel van het geloof, maar het is niet de basis van de islam. De geleerden verschillen van mening over of de sluier verplicht is of niet, daarom zie je ook veel moslima’s zonder hoofddoek” (Jansen, 2020).

Het dragen van een hoofddoek hoeft dus niks te maken te hebben met onderdrukking en er zijn vele mooie en verschillende argumenten om er een te dragen. Daarbij maakt het voor de feministen eigenlijk niet uit of je er wel of geen draagt, want een feminist, binnen of buiten de Islam, kan altijd bestaan. De hoofddoek maakt een vrouw niet minder feminist.

Modernisering en secularisatie

Het pluralistische karakter van onze samenleving is het gevolg van het proces van ontkerkelijking en daarmee de daling van het effect en het vermogen van religie in het publieke leven. Deze ommekeer is fundamenteel geweest voor het emancipatieproces van vrouwen, omdat de meeste religies geïnterpreteerd worden als dominante en patriarchale samenstellingen (Wildt, 2005).

Emancipatie is vaak een reactie op marginalisering. Hoeksema en Werf (2016, p. 239) definiëren marginalisering als “het proces waarbij leden van achtergestelde categorieën naar de marge van de samenleving worden gedrukt en worden belemmerd in hun persoonlijke ontplooiing als resultaat van deze achterstelling”. Vrouwen met een hoofddoek worden vaak achtergesteld. Ze worden achtergesteld op de arbeidsmarkt door bijvoorbeeld niet aangenomen te worden voor een baan, maar ze worden ook vaak nageroepen of uitgescholden. Hierdoor zijn moslimvrouwen vaker belemmerd binnen de maatschappij. Een emancipatie- beweging zoals die van het feminisme strijdt tegen de ongelijkheid van vrouwen. Godsdienstige bewegingen hebben volgens Dekker en Stoffels (2011, p. 59) als doel om te “strijden om op basis van religieuze overtuigingen verandering te bewerkstelligen in individuen, godsdienstige organisaties en de maatschappij als geheel”. Het succes van een godsdienstige beweging ontstaat door de nieuwe opvattingen en praktijken, door een grote mate van participatie en door de uitbreiding van een solide netwerk (Dekker & Stoffels, 2011, p. 63). Mensen hebben zo het gevoel ergens bij te horen en zullen ook hun referentiekader ontlenen aan de waarden en normen van de godsdienstige beweging. Een voorbeeld van een godsdienstige beweging die opkomt voor moslimvrouwen is het collectief S.P.E.A.K. Dit is een groepering voor en door moslimvrouwen. Ze vinden dat ze als moslimvrouwen moeten opstaan tegen de uitsluiting waar ze mee in aanraking komen (SPEAK, n.b.). De beweging zegt “antiracistisch, feministisch, radicaal en interseksioneel te zijn” (SPEAK, n.b.) en hun missie is om “moslimvrouwen ruimte te bieden om samen te werken, elkaar te steunen en elkaar te versterken in hun streven de eigen stem te claimen” (SPEAK, n.b.).

Emancipatie vindt vaak plaats in een moderniserende samenleving. Modernisering wordt volgens Dekker en Stoffels (2011, p. 99) gedefinieerd als “de overgang van een traditionele, agrarische standensamenleving naar een moderne, industriële samenleving”. Een krachtig vooruitgangsgeloof, een vertrouwen in de onschendbaarheid van de mens en een doelmatige en verstandelijke aanpak, behoren tot de kenmerken van moderniteit (Dekker & Stoffels, 2011, p. 102). De theorieën die horen bij modernisering zijn de processen van differentiatie, rationalisering en individualisering. Deze processen hebben veel invloed op emancipatie en feminisme, ook binnen religies. Differentiatie is volgens Dekker en Stoffels (2011, p. 102) “de relatieve verzelfstandiging van verschillende samenlevingsdomeinen met eigen functies, normen en waarden”. De waardendifferentiatie betekent dat de samenlevingssectoren zich als tegengestelden ontwikkelen aangaande de cultuur, de vormgeving en de waarden (Dekker & Stoffels, 2011, p. 104).

Kijkend naar mijn stelling is deze waardendifferentiatie de oorzaak voor het ontstaan van aparte bewegingen. Waarden die voor feministen belangrijk zijn, zoals vrijheid, gelijkheid en saamhorigheid verenigen moslimvrouwen wanneer ze binnen het geloof of binnen de maatschappij voor zichzelf op willen komen. Bij rationalisering is het handelen gegrond op traditie, stimulans of waarden verdwenen. Dit wordt vervangen door het doelrationeel handelen (Dekker & Stoffels, 2011, p. 108). Men wil in toenemende mate grip krijgen op het eigen bestaan. Het gaat hier om de maakbaarheid van het eigen leven.

Individualisering wordt door Dekker en Stoffels (2011, p. 109) beschreven als “het proces waarbij mensen zich losmaken van de traditionele verbanden, zoals familie, de lokale gemeenschap en de kerk, en in toenemende mate zelf willen en of moeten bepalen hoe zij hun leven vormgeven”. De maakbaarheid van rationalisering is de kern van het ontstaan van emancipatiebewegingen. Moslimfeministen willen dan ook grip krijgen op hun eigen bestaan, en hierin vooral niet tegengehouden worden door religie. Onbegrip voor het dragen van een hoofddoek schuiven ze van zich af, en ze richten zich op het handelen voor hun eigen maakbaarheid. Individualisering sluit hierbij aan. Moslimvrouwen willen zelf bepalen hoe ze hun leven vormgeven en maken zich los van de traditie door zich uit te spreken over ongelijkheden binnen de religie, maar ook binnen de gehele samenleving. Daarbij zijn er veel meer moslimvrouwen die door deze individualisering kiezen om geen hoofddoek te dragen, of om de betekenis en de identiteit van deze hoofddoek uit te zoeken. Individualisering bespoedigt ook privatisering.

Godsdienst wordt van minder betekenis voor de openbare sfeer en raakt daardoor de voorheen bestaande aansluitingskracht in de maatschappij kwijt (Dekker & Stoffels, 2011, p. 110). Binnen godsdienstige bewegingen en feministische collectieven vinden de leden deze binding wel en ontwikkelt zich een nieuw referentiekader door verbindende waarden. Moslimvrouwen die een eigen, rationele visie hebben op hun geloof, kunnen zich vinden in dit soort collectieven. Zo ontstaan er godsdienstige bewegingen die zich niet keren tegen religie, maar wel nadrukkelijk andere waarden zoals gelijkheid en vrijheid willen uitoefenen en bereiken.

Ook secularisatie speelt een belangrijke rol binnen de Islam. Secularisatie is het gevolg van de processen van modernisering. De secularisatiethese steltdan dat religie afneemt, naarmate de samenleving moderner wordt (Dekker & Stoffels, 2011, p. 122). Eén van de drie processen van secularisatie is secularisatie als beperking van de reikwijdte van de godsdienst (Dekker & Stoffels, 2011, p. 124). Dit proces speelt zich af over de samenleving en wil ik daarom toelichten in dit essay.

Beperking van de reikwijdte van godsdienst heeft een belangrijk kenmerk namelijk: differentiatie. Er vindt ontkoppeling van godsdienst en het sociale leven plaats. De waardendifferentiatie houdt in dat godsdienstige waarden en normen verschillen van de waarden en normen van de samenleving. Bovendien gaat godsdienst zich terugtrekken uit de onpersoonlijke wereld en zich concentreren in de persoonlijke wereld. Door deze ontwikkelingen zijn mensen niet of veel minder dan vroeger in staat hun godsdienst te betrekken op de ruimere wereld waarin zij leven. Deze voortgang maakt dus ruimte voor emancipatiebewegingen als feminisme. Daarbij hoeft het dragen van een hoofddoek dus niet te betekenen dat vrouwen geen feminist kunnen zijn. Het geeft simpelweg weer hoe de differentiatie gezorgd heeft voor een verzelfstandiging van samenlevingsdomeinen met eigen normen en waarden.  Toekomst emancipatie

In deze essay heb ik beschreven waarom moslima’s feministen kunnen zijn én een hoofddoek kunnen dragen. Ten eerste laten moslimfeministen zich vaak inspireren door islamitische vrouwen zoals Khadija en Aicha. Daarnaast wordt de nadruk gelegd op de gelijkheid binnen de Islam. Voor mannen en vrouwen is de beoordeling van daden hetzelfde. Dit heeft niks te maken met rang of gender, maar gaat alleen over wie vroom leeft. Tegen de moslimfeministen met hoofddoek wordt ingebracht dat de Islam vrouwen onderdrukt. De hoofddoek zou symbool staan voor deze onderdrukking. Moslimvrouwen kunnen dus geen feministen zijn, aangezien de hoofddoek symbool staat voor gehoorzaamheid en onderwerping aan de man. Feminisme staat daarentegen voor vrijheid en gelijkheid. Daarbij wordt er gewezen op de woorden in de Koran. Hierin wordt aangegeven dat de vrouwen hun kuisheid moeten beschermen en hun aantrekkelijkheden moeten verbergen. Dit geeft aan dat vanuit de Koran beschreven is dat moslimvrouwen zich moeten bedekken met een hoofddoek.

Bovengenoemde argumenten spreek ik graag tegen. Zo zijn er vele redenen waarom moslima’s een hoofddoek dragen. Niet vanuit onderdrukking, maar omdat ze zich bewust zijn van hun islamitische identiteit. Verder herinnert het aan God en geeft het de vrouw een gevoel van respect een waarde. Kijkend naar de Koran wordt door verschillende mensen aangegeven dat de hoofddoek zeker een onderdeel van het geloof is, maar niet hoort bij de basis van de Islam. Vandaar dat er ook veel moslima’s zijn die geen hoofddoek dragen.

Concluderend hebben feminisme en religie voor veel mensen een ambivalente relatie. Er zijn veel mensen die bij feminisme denken aan het opkomen voor de vrijheid en de gelijke rechten van de vrouw. En bij de Islam komen ze niet verder dan te denken aan onderdrukking, vooral door de man, met als symbool de hoofddoek. Ik denk dat het van belang is om los te komen van dit stigma van de onderdrukking. De hoofddoek is een manier om het geloof te uiten en te beleven. En binnen het feminisme wordt opgekomen voor de gelijkheid, die soms mist in de samenleving. Ik zie daarom niet in waarom vrouwen met een hoofddoek niet kunnen opkomen voor gelijkheid.

Al met al kan ik dus concluderen dat je moslimfeminist kan zijn én een hoofddoek kan dragen. Emancipatie en vooral het feminisme is een beweging die al lang meegaat. Er is echter nog veel te winnen op dit gebied. Het strijden voor vrijheid en gelijkheid op economisch, politiek, sociaal en religieus gebied zal daarom nog lang doorgaan. Het bredere kader wat ik wil aansnijden is dan ook hoe dit feminisme zich zal ontwikkelen, in combinatie met religie. Blijft de hoofddoek in het beeld van de geëmancipeerde vrouw? Ontstaan er aparte feministische bewegingen binnen religies? Of gaat religie steeds verder naar de achtergrond en kennen we later alleen nog de godsdienstige bewegingen? De modernisering en secularisatie spelen hierbij een grote rol. Hoe zich dit in de toekomst zal ontwikkelen, moeten we dus afwachten.

Literatuurlijst

Wildt, F. V. (2005, april 12). Met of zonder hoofddoek, feminisme blijft nodig. Opgeroepen op maart 7, 2021, van Sampol: https://www.sampol.be/2005/04/

Beek, H. v. (2021, februari 25). Lale Gul (23) keerde de islam de rug toe: ‘Mensen willen mij wurgen, mijn moeder snapt dat’. Opgeroepen op maart 8, 2021, van Het Parool: https://www.parool.nl/ps/

Belahnichi, S., & Roerdink, Y. (2019, juli 30). Het boerkaverbod in Denemarken: straks ook de hoofddoek verboden? Opgeroepen op maart 8, 2021, van NOS: https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/

Bouchallikht, K. (2018, november 5). Deze feministische moslima’s laten zich niet in hokjes plaatsen. Opgeroepen op maart 4, 2021, van One world: https://www.oneworld.nl/lezen/discriminatie/sociaal-onrecht/

Dekker, G., & Stoffels, H. (2011). Godsdienst en samenleving. Amsterdam: Kok. Haselhoef, A. (n.b., n.b. n.b.). Een echte feministe is een moslimvrouw. Opgeroepen op maart 4, 2021, van Moslima: https://www.moslima.nl/nl/Vrouw- maatschappij/

Hoeksema, K. J., & Werf, S. v. (2016). Sociologie voor de praktijk. Bussum: Coutinho. Jansen, M. (2020, september 2). ‘De hoofddoek is vaak een uiting van een soort geuzenidentiteit’. Opgeroepen op maart 7, 2021, van de Kanttekening: https://dekanttekening.nl/zingeving/

Jneid, S. F. (2005, november 2). Koran is helder: hoofddoek moet! Opgeroepen op maart 11, 2021, van Trouw: https://www.trouw.nl/nieuws/

Safai, D. (2018, december 18). ‘De hoofddoek is niet zomaar een onschuldige expressie van een religieuze identiteit’. Opgeroepen op maart 7, 2021, van Knack: https://www.knack.be/nieuws/belgie/ SPEAK. (n.b., n.b. n.b.). Missie. Opgeroepen op maart 7, 2021, van S.P.E.A.K.: https://www.we-speak.nl/missie/

Lesideeen

  1. Maak dit thema in de klas bespreekbaar door verschillende argumenten uit bovenstaande essay te bespreken.
  2. Maak gebruik van fragmenten van mediaoptredens van Lale Gul en bijvoorbeeld politica Kauthar Bouchallikht om het te hebben over de hoofddoek bij moslima’s.